Uw werknemers kunnen met de spaarloonregeling belastingvriendelijk sparen. Zij kunnen echter niet zelf het initiatief nemen om mee te doen: u moet uw werknemers de mogelijkheid aanbieden.

Hoe werkt de spaarloonregeling?

De spaarloonregeling werkt heel eenvoudig: u houdt periodiek geld in op het brutoloon van uw werknemer. Maximaal mag dat 613 euro (2009) per jaar zijn. U stort de spaarbedragen op een geblokkeerde spaarloonrekening bij een bank of verzekeraar met wie u afspraken heeft gemaakt over de spaarloonregeling. De rekening staat op naam van uw werknemer.

U kunt het geld inhouden op het reguliere maandsalaris, maar als uw werknemer dat liever heeft, mag het ook afgetrokken worden van het vakantiegeld, een gratificatie of een winstuitkering. Over het spaarbedrag betaalt u als werkgever geen sociale premies. Wel bent u 25% loonheffing verschuldigd.

Na vier jaar vrij opneembaar

Het bedrag dat gespaard wordt met de spaarloonregeling staat vier jaar vast, de zogenaamde blokkeringsperiode. Aan het einde van deze periode wordt het opgebouwde spaarbedrag overgeboekt naar de door uw werknemer opgegeven tegenrekening. Voor een aantal doelen hoeft uw werknemer echter geen vier jaar te wachten. Het tegoed is direct op te nemen bij:

• het kopen van een eigen woning
• het betalen van premies van een lijfrente- of pensioenverzekering
• het bekostigen van onbetaald verlof
• het starten van een eigen onderneming
• het bekostigen van kinderopvang of een studie

Ook als het dienstverband beëindigd wordt, mag het spaartegoed worden opgenomen. Uw werknemer moet dan echter wél belasting betalen over de niet verstreken blokkeringsperiode.

Sneller sparen

Voor de werknemer zit er een mooi belastingvoordeel aan de spaarloonregeling. Omdat hij over het spaarbedrag geen belasting en geen sociale premies betaalt, spaart hij veel sneller dan wanneer hij van zijn netto salaris zou sparen.

Kiezen tussen spaarloonregeling en levensloopregeling

De spaarloonregeling bestaat al geruime tijd. Sinds 1 januari 2006 kunnen medewerkers er ook voor kiezen mee te doen aan de levensloopregeling. Aan beide regelingen meedoen mag echter niet. Uw werknemer moet daarom nagaan welke regeling voor hem het meest profijtelijk is.